2009 Das Paradies und die Peri

cIn 2009 werd door de Stichting Leidse Koorprojecten dit vrij onbekende wereldlijke oratorium van Robert Schumann uitgevoerd. Schumann noemde deze compositie zelf zijn allermooiste werk. Inderdaad is het prachtige muziek. Romantisch, harmonisch en ook overweldigend. Maar het wordt zelden uitgevoerd.

De tekst is gebaseerd op een verhaal van de dichter Thomas Moore. Het gaat over een peri, een dochter van een gevallen mannelijke engel en een aardse vrouw. Omdat zij onrein is, mag zij het paradijs niet in. De hemelbewaarder belooft haar toe te laten als zij het meest volmaakte cadeau brengt. Eén van de cadeaus die de Peri brengt, is een bloeddruppel van de soldaat die zijn leven geeft voor zijn vaderland.

De nazi’s misbruikten dat gedeelte van deze compositie voor propagandadoeleinden. Na de Tweede Wereldoorlog kwam het stuk daardoor  in een kwaad daglicht te staan. Niemand wilde het meer uitvoeren en het raakte in de vergetelheid.  Pas vele jaren na de oorlog “herontdekte” Nikolaus Harnoncourt de schoonheid ervan en voerde hij het werk weer uit.

Met dit project bracht de Stichting Leidse Koorprojecten dit schitterende muziekwerk onder de aandacht in de hoop dat ook andere koren het in de toekomst ook weer op hun repertoire zullen zetten.

Doch seine Ströme – Das Paradies 2009

Doch seine Ströme – Das Paradies 2009

Heilig – Das Paradies 2009

Heilig – Das Paradies 2009

Solisten

Onderstaande solisten hebben hun medewerking aan het project verleend:

Sopraan Lies Vandewege
Sopraan Kathelijn van Dongen
Mezzo-sopraan Lotte Bovi
Alt Liduin Stumpel
Alt Marian Dijkhuizen
Tenor Bart de Kegel
Bas-bariton Pieter Hendriks

Hoofdrol

Sopraan Lies Vandewege zong de hoofdrol in Das Paradies. Zij nam de rol van Peri voor haar rekening. De Stichting Leidse Koorprojecten werkte eerder met haar samen, bij de uitvoering van Carmen. Een kleine biografie:

Lies Vandewege ( Lokeren, 1984) begon op 7-jarige leeftijd haar muziekstudies aan de Stedelijke Academie voor Muziek en Woord te Lokeren, waar zij voordracht, toneel, piano- en zangles volgde. Zij studeerde met grote onderscheiding af in juni 2007 aan het Koninklijk Vlaams Conservatorium. Zij volgde diverse Masterclasses.

Als soliste zingt Lies Vandewege opera, oratorium en lied. Zo was ze in januari 2006 te horen met de concertaria “Voi avete un cor fedele “ van Mozart met het symfonisch orkest van het Conservatorium Antwerpen onder leiding van Ivo Venkov. Later zong ze deze aria ook nog met de Beethovenacademie onder leiding van Dirk Brossé. De solo in de Carmina Burana van Orff vertolkte ze onder leiding van Geert Hendrix en Ludwig Van Gijsegem. Ze zong in maart 2007 Israelitish Woman in Händel’s Judas Maccabaeus met het Kamerorkest en het Middelburgs koor o.l.v. Andrew Wise. In januari 2009 zong ze “Song to the moon “ uit Russalka van Dvorak met Il Novecento onder leiding van Robert Groslot.

Ze vertolkte de volgende operarollen: Climene in La Corona van Gluck, Pastore I in La Dafne van Marco da Gagliano, Belinda in Dido & Aeneas van Henry Purcell en Frasquita in Carmen van Bizet. In het voorjaar van 2009 speelde ze de rol van Dido uit Dido & Aeneas van Henry Purcell. Ze werd uitgenodigd als soliste voor het evenement Les Dimanches Musicaux te Parijs in september 2008 met concerten in de Madeleine en de St. Eustache.

Sinds september 2007 vervolgt ze haar opleiding in de Muziekkapel Koningin Elisabeth in de operastudio sectie onder leiding van José van Dam. Lies was deelneemster van de Haydn Amore productie van De Munt en de Muziekkapel. Ze zong als Meg fragmenten uit Falstaf van Verdi. In april 2009 was ze opnieuw te horen in de productie “Little England” onder leiding van Leo Hussain in een regie van Frederic Wake-Walker.

Informatie overige solisten

Kathelijn van Dongen

Sopraan Kathelijn van Dongen besloot na afronding van haar studie Nederlands Recht haar muzikale hart te volgen door naar het conservatorium te gaan. Ze studeerde aan het Fontys conservatorium te Tilburg en volgde hier zang- en interpretatielessen bij Frans Fiselier, Hanneke Kaasschieter en Xenia Meijer. In 2008 heeft ze haar Bachelor met veel succes afgerond. Op dit moment volgt ze haar masterstudie bij Maria Acda – Maas en Edward Hoepelman.  In haar master legt zij zich naast oratorium en lied toe op het gebied van opera.

Zij vertolkte sopraanpartijen in oratoria van Vivaldi (Gloria, Magnificat en Beatus Vir), Händel (Dixit Dominus), Bach (Johannes Passion en verschillende cantates) en in missen van Rossini (Petite Messe solennelle) en Haydn. Tot haar repertoire behoren verder het Stabat Mater van Haydn, Ceremony of Carols van Britten.

Met het Brabants Orkest zong ze als sopraansoliste in het Magnificat van Bach onder leiding van Reinhard Goebel. Ze werkte met dirgenten als Louis Buskens, Martien van Woerkum, Paul Valk, Johan Rooze, Harold Lenselink en Aad van der Hoeven.

Op opera- en operettegebied zong ze o.a. de rol van Suzanne in Les Saltimbanques (Gannes), Belinda en Second Witch in Dido & Aeneas (Purcell), Monica in the Medium (Menotti), Blanche in Dialogues des Carmelites (Poulenc).

Naast het klassieke repertoire is ze ook thuis in de lichte muziek. Zo maakte zij enige tijd deel uit van het meidenkwintet Femulous waarmee ze in 2005 de theatervoorstelling Stoelendans heeft gemaakt en met wie ze in 2004 de eerste prijs van het Internationaal Vocal Group Festival won. Ze volgde met Femulous masterclasses van onder andere The New York Voices. Samen met Daniella Buijck vormt Kathelijn het duo Udjalino. Ze heeft daarnaast haar eigen zanglespraktijk waarin ze met veel plezier en toewijding haar leerlingen coacht.

Lotte Bovi

Lotte Bovi studeerde toneel bij studio Herman Teirlinck alvorens zij ging studeren aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag, waar zij in 1999 afstudeerde. Tijdens haar studie zong ze diverse rollen in producties van de operaklas o.a. onder leiding van Ton Koopman, Kenneth Montgomery en Micha Hamel. Na haar studie volgde zij masterclasses bij Sarah Walker, Jill Feldmann en Jessica Cash.

Vanaf 1997 was zij te horen in diverse producties van de Vlaamse opera. Als soliste zong zij in meerdere producties tijdens het festival Altstadt Herbst in Düsseldorf en Köln. Gedurende een jaar was zij als ensemblelid verbonden aan het Collegium Vocale Gent.

Tijdens Rotterdam Culturele Hoofdstad 2001 was zij te horen als Johanna de Waanzinnige in de speciaal voor die gelegenheid geschreven gelijknamige opera van Alejandro Matamala. De opera werd uitgevoerd op het dakterras van het stadhuis te Rotterdam met gebruik van het carillon.

Lotte is een veelgevraagd concertzangeres in binnen-en buitenland. Zij werkt met een uiteenlopend repertoire. Zij zingt in verschillende formaties liederen van zowel Spaanse componisten als Mahler, Strauss, Schumann en Berlioz. Maar ook het Stabat Mater van Rossini ( tweede sopraan) en de altpartij in de Mathäuspassion van J.S. Bach behoren tot haar repertoire.

Rollen als Carmen, Mercedes (Carmen, Bizet), Charlotte (Werther, Massenet), Lola (Cavalleria Rusticana), Rosina (Il barbiere di Siviglia, Rossini), Azucena (Il trovatore, Verdi), Cherubino (Le nozze di Figaro, Mozart), en Laura (la Gioconda, Ponchielli) brengt zij regelmatig ten gehore met dirigenten als Jos Vermunt, Hans Leender, Arjan Tien en Wim de Ru.

In oktober 2006 was ze finaliste en prijswinnaar van het Concorso S. Ommizolo te Padua.

Recent, in april en mei 2007, zong zij de rol van Adelaíde  in “Der Vogelhändler” van C. Zeller bij Supierz International Operaproduktions. Als Maria Tesselschade was zij te horen in de opera “Het volmaakte rood” van Kees Wieringa, die als onderdeel van het festival de Karavaan werd uitgevoerd in de zomer van 2008 te Alkmaar. Als vervolg hierop zong en speelde zij eind januari 2009 in ‘’Het Droste-effect’’ bij de stichting Kunst en Cultuur Noord-Holland.

Zij wordt gecoacht door Marjan Kuiper.

Liduin Stumpel

Alt-mezzo Liduin Stumpel studeerde schoolmuziek aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag en solozang aan het Rotterdams Conservatorium bij Margreet Honig. Masterclasses volgde zij o.a. bij Nicolas MacGegan, Ekaterina Jofel, Lorraine Nubar en Michael Eliasen.

In Carmen van Stella Den Haag zong zij de gelijknamige rol. Deze productie won de 1e prijs in het jeugdtheaterfestival te Lyon in 1991. Daar vervolgde ze haar studies aan het Atelier Lyrique, onder meer als 2e en 3e dame in de Zauberflöte van Mozart. Verder vertolkte zij het Koningskind in Halewijn van Willem Pijper met het RSO, de Sorceress in Dido & Aeneas van Purcell, zong zij Mignon van Thomas en Prins Orlofsky in die Fledermaus (Strauss). Zij verleent solistische medewerking aan oratoriumconcerten met werk van Bach en Handel tot Stravinsky.

Bij het koor van De Nederlandse Opera zong ze als freelancer in vele producties en enkele seizoenen bij Cappella Amsterdam. Qua liedrepertoire gaat haar voorkeur uit naar Franse en Spaanse componisten.

Liduin Stumpel werkte mee aan diverse radio, tv- en cd-opnames, o.a. met Daan Admiraal, Ed Spanjaard, Jos van Velthoven en Winfried Maczievsky.

In 2008 richtte ze balkanformatie Pálinka op. Met dit ensemble trad ze 9 juni j.l. op voor de radio bij de Nederlandse Moslim Omroep.

Op haar agenda staan de Kindertotenlieder van G.Mahler (nov.2009).

Marian Dijkhuizen

Mezzosopraan Marian Dijkhuizen studeerde eerst Taalwetenschap aan de Universiteit van Utrecht. Na het behalen van haar bachelordiploma in 2005 studeert ze klassiek zang bij Sasja Hunnego aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag en in de basisklas van de Nieuwe Opera Academie. Ze volgde masterclasses bij o.a. Meinard Kraak, Irwin Gage, Margreet Honig en Thomas Hampson.

Voorjaar 2004 was ze prijswinnaar bij het Prinses Christina Concours. Marian heeft enkele malen meegedaan aan internationale tournees met het World Youth Choir en World Chamber Choir en trad daar ook solistisch op.

In Nederland werkt ze als koorzangeres bij kamerkoor PA’dam, het Groot Omroepkoor en Cappella Amsterdam. Als soliste was ze te horen in diverse cantates en oratoria en ook op het gebied van de moderne muziek is Marian actief. Zo verleende ze haar medewerking aan projecten met het Schönberg Ensemble en verzorgde ze de première van een compositie van Martijn Padding met de Radio Kamer Filharmonie.

Met Dirigent Wim de Ru werkte ze eerder samen bij een uitvoering van het Leidse koor Ex Animo.

Bart de Kegel

De tenor Bart De Kegel is afkomstig uit Aalst (België) waar hij als knaap zong in de Schola Cantorum Cantate Domino o.l.v. Michael Ghijs. Hij kreeg vervolgens zijn vokale opleiding bij Lucienne Van Deyck (Antwerpen) en Diane Forlano (Londen), nog steeds zijn huidige coach. Tevens vervolmaakte hij zich via diverse masterclasses bij o.a. Vera Rozsa, Sarah Walker, Peter Schreier, Robert Holl, Meinard Kraak en Nicolai Gedda.

In 1999 won hij de Erna Spoorenberg Presentatie en werd sindsdien een veelgevraagd solist bij oratoriumuitvoeringen over heel Europa. Zo zong hij onder dirigenten als Christian Kabitz, David Shallon, Ed Spanjaard, Daan Admiraal, Peter Neumann, Yuri Simonov, David Angus en Johannes Leertouwer met o.a. het Nationaal Orkest van België, Prima la Musica, Heidelberger Philharmonisches Orchester, Orchestre Philharmonique de Luxembourg, Cambridge Philharmonic Society, Collegium Carthusianum, Holland Sinfonietta, Slovak Sinfonietta, Philarmonica de Oradea , het Noord Nederlands Orkest etc.

Zijn repertoire strekt zich uit van Bach tot Strawinsky en Britten. In Passau vertolkte hij met groot succes de hoofdrol in Mozarts ‘Apollo et Hyacinthus’, in de Kölner Philharmonie debuteerde hij eind 2000 met Händels Saul in een productie voor de WDR. Voor het Festival van Vlaanderen zong hij de Belgische première van het werk ‘Vigilia’ van de fin Rautavaara en voor het Festival Ars Musica zong hij een beklijvende vertolking van Schuberts ‘Winterreise’ in de orkestversie van Hans Zender. Met het Harmonia Gentium zong hij The Messiah in Como, Lecco en Seregno waarna hij in Bergamo een groot  succes boekte met Debussy’s L’Enfant prodigue. Met het Limburgs Symfonie Orkest bracht hij de drie tenorrollen uit Ravels L’Enfant et les Sortilèges. Hij zong liedrecitals voor de Koninklijke Muntschouwburg en de Vlaamse Opera  met werk van Schumann, Brahms en Tchaikovsky.

In 2004 zong hij in het kader van het Bamboo Organ Festival te Manilla en bracht er tevens een in de pers bejubeld recital op de Belgische ambassade. In de zomer van datzelfde jaar keerde hij er terug en zong een Tosti-programma in The Cultural Center of The Philippines. Ook in 2007 werd hij opnieuw uitgenodigd om met The Philippine Philharmonic Brittens Nicholascantate uit te voeren.

Als docent is hij verbonden aan het Conservatorium te Leuven. Tevens heeft hij een uitgebreide privépraktijk te Aalst.

Pieter Hendriks

Bariton Pieter Hendriks volgde zijn opleiding aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag. Na het behalen van zijn diploma legde hij zich toe op het oratoriumrepertoire waarin hij een veelzijdige reputatie heeft opgebouwd. Naast het bekendere repertoire komen stukken als Szenen aus Goethes Faust van Schumann, A survivor from Warsaw van Schönberg, het Stabat Mater van Szymanowski, la Danse des Morts van Honegger en het Warrequiem van Britten aan bod. In 1997 werd Pieter Hendriks prijswinnaar van de Erna Spoorenberg Vocalistenpresentatie voor oratorium.

Met werken van Kurt Weill richtte hij zich vervolgens op opera.  Zo zong hij in een NPS productie met  het Radio Symfonieorkest onder leiding van Gunther Schuller de rol van Junger Herr in Der Protoganist. Daarna volgde rollen als Ferryman in Curlew River van Britten en de titelrol in Mac Beth van Verdi.
Op het Festival Interceltique de Lorient in Bretagne 2003 zong hij de baspartijen in King Arthur van Purcell met Barokopera Amsterdam. In 2005 ging deze productie met veel succes op tournee door Nederland. Bij de Nationale Reisopera vertokte hij de rol van Kilian in von Webers Freischütz.

In 2002 ging in Tokio de opera Tea van Tan Dun in wereldpremiere waarin Pieter Hendriks de rol van Monnik zong. In 2004  trad hij, op uitnodiging van de opera van Kazan, in Tartastan op tijdens het galaconcert van het Feodor Shaliapin Festival. In 2005 zong hij de titelrol in de opera Nixon in China van John Adams en maakte hij furore als Mama Agatha in een productie van Viva la Mama van Donizetti door Opera Trionfo.

Op cd verschenen een Nederlandse verie van Mozarts Zauberflöte waarin hij de rol van Papageno zingt en op de uitgekomen Matthäus Passion van Bach in een hertaling van Jan Rot zingt hij de partij Bas 1.

Hij  werkte met dirigenten als Ed Spanjaard, Jan Willem de Vriend,  William Christie en Christian Zacharias. In Barcelona zong hij de Carmina Burana van Orff onder leiding van Pierre Cao. In het kerstmatinee van het Koninklijk Concertgebouworkest zong hij o.l.v Maris Janssons. In oktober 2006 zong hij de bas-solo in de eerste symfonie van Van Dieren met de Radio Kamerfilharmonie o.l.v Jaap van Zweden. In 2007 zong hij bij het Noord Nederlands Orkest de arias in de Matthäus Passion o.l.v Johannes Leertouwer. In datzelfde jaar vertolkte hij de titelrol in Falstaff van Salieri.

In januari/februari 2008 zong hij bij de Nationale Reisopera de rol van Henry in Snowwhite van Micha Hamel, een wereldpremière en in augustus 2008 de rol van Sir John Berkley in Der Vampyr van Heinrich Marschner in het Grachtenfestival.

Het orkest

Sinds 1984 verzorgt de Stichting Koorbegeleidingen instrumentale begeleiding voor de Nederlandse koorverenigingen. Zij beschikt hiertoe over een professioneel begeleidingsorkest, RBO Sinfonia. Een orkest dat maatwerk levert. Het orkest kan bestaan uit een enkele musicus tot een groot orkest, afhankelijk van wat het uitvoerende koor nodig heeft. Het repertoire van Randstedelijk Begeleidings Orkest Sinfonia omvat alle bekende koorwerken en nieuwe composities van Nederlandse en buitenlandse componisten. Dat zijn ruim 750 verschillende werken van circa 200 componisten.

RBO Sinfonia begeleidt zo’n 120 koren en geeft circa 70 zeer goed bezochte concerten per jaar in 60 gemeenten. Het orkest treedt regelmatig op in de grote concertzalen van Nederland; de meeste concerten vinden echter plaats in kerken, historische monumenten en regionale theaters. Het orkest bereikt een publiek van 40.000 concertgangers per jaar.

Op de website www.koorbegeleidingen.nl treft men meer informatie aan over dit orkest en de diensten van de Stichting Koorbegeleidingen.

De dirigent

De Leidse dirigent Wim de Ru verzorgde zowel de repetities en de uitvoering van het project Das Paradies und die Peri. Van de Stichting Leidse Koorprojecten is hij vanaf de oprichting de artistiek leider. Vele projecten zijn onder zijn dynamische leiding uitgevoerd.

De Ru studeerde koordirectie bij Frans Moonen en Schoolmuziek aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag. In 1978 en 1979 behaalde hij in beide vakken een eerstegraads bevoegdheid.

Vanaf 1978 is hij dirigent bij oratoriumvereniging Ex Animo in Leiden. Met dit koor voert hij jaarlijks de Matthäus Passion van J.S. Bach uit en heeft hij talrijke andere werken ten gehore gebracht. Hij is betrokken bij de vernieuwing van liturgie en kerkmuziek in zijn functie als cantor en dirigent van de Leidse Studenten Ekklesia.

Aan de Muziekschool Leiden (BplusC) leidt hij een kinder- en een jeugdkoor en verzorgt eveneens koorscholing voor kinderen en volwassenen. Bij de Leidse 3 oktoberfestiviteiten is hij inmiddels een “Bekende Leidenaar” geworden. Hij dirigeert bij de koraalmuziek, samenzang waar de inwoners van de stad graag vroeg hun bed voor uitkomen.

Comments are closed.